Hoe bestrijden we hittestress in de gebouwde omgeving?

Het kwik stijgt tot steeds grotere hoogten in de Nederlandse zomers. Koeling van bestaande en nieuwbouw wordt daarmee ook steeds belangrijker. Een hele hoop airco’s gaan het verschil niet maken, maar wat dan wel?

Duurzaamheidsspecialist Jelle de Graaf zag het de afgelopen tropische weken veel: buren die een airco installeerden. ‘Ik begrijp het bij deze hitte, maar het is geen toekomstbestendige oplossing,’ vindt hij. ‘Al die airco’s vragen op warme dagen om veel elektrisch vermogen. Juist op die momenten ontstaan grote pieken in de elektriciteitsvraag, wat de druk op het elektriciteitsnet verder vergroot. Dat botst rechtstreeks met het probleem van netcongestie. Verder verplaatsen al die airco’s de warmte van binnen naar buiten. Zeker als dat op grote schaal gebeurt, draagt dat bij aan het opwarmen van de stedelijke omgeving. En al die airco’s op die daken, ik vind het er ook gewoon lelijk uitzien.’

 

Warmte niet binnen laten komen

Geen airco’s dus. Maar wel koeling op andere manieren. ‘Wij ontwerpen al jaren installaties om gebouwen te koelen,’ zegt Jelle. ‘Zo kiezen we in woningbouwprojecten bijna altijd voor vloerkoeling. In combinatie met een warmtepomp en een warmte-koudeopslagsysteem in de bodem is dat duurzaam en gratis. Die koude pak je namelijk in de winter en sla je op; je hebt dan alleen pompenergie nodig.’

Toch is alleen koelen niet genoeg. Volgens Jelle is een goed bouwkundig ontwerp minstens zo belangrijk. ‘Alle warmte die een gebouw niet binnenkomt, hoef je ook niet weg te koelen. Met veel glas op de zuidgevel kan vloerkoeling die binnenkomende warmte ook niet weg koelen.’

In nieuwbouw geldt daarom de TO-juli norm voor appartementencomplexen. ‘Dat staat voor temperatuuroverschrijding juli die de oververhitting van een nieuwbouwwoning in de zomer bepaalt,’ legt Jelle uit. ‘Deze norm is er pas sinds een paar jaar en is onderdeel van de BENG-methodiek. Vroeger kreeg je bij koelingsmaatregelen een groen vinkje, maar nu moet je ook bewijzen dat er niet teveel warmte binnen kan komen. Bijvoorbeeld door de verhouding vloer-glasoppervlak, een overstek, een glaswaarde of buitenzonwering. Ik vind het goed dat daar nu op wordt gestuurd.’

 

Groen moet het gaan doen

Veel koelwinst wordt ook geboekt rondom het gebouw. ‘Dan denk ik aan voldoende groenvoorzieningen,’ zegt Jelle. ‘Een groene gevel, groene daken, groen in de buurt: dat koelt allemaal. We zijn ons daar allemaal van bewust, maar het moet dan wel met voorwaarden geplaatst worden. Groen moet bijvoorbeeld goed onderhouden worden. Wij zouden dat soort passieve maatregelen mee kunnen nemen in een ontwerp.’

In de visie van natuurpositief bouwen moet een gebouw comfortabel zijn voor de gebruiker en een positief effect hebben op de omgeving. Hoe kijkt Jelle naar deze ambitie en een opwarmende toekomst? ‘Het moet een samenspel worden van verschillende disciplines die elkaar versterken,’ vindt hij. ‘In gebouwontwerp houden we het hoofd koel met vloerkoeling, warmte-koudeopslagsystemen en ontwerpen die ervoor zorgen dat je de warmte buiten houdt. De TO-juli norm is wat dat betreft een goede stap vanuit de overheid. Maar op stedenbouwkundig niveau moet er ook worden nagedacht over groenvoorzieningen en het tegengaan van urban heat. We zeggen altijd dat je natuurpositief bouwen samen moet doen en dat geldt zeker ook voor het tegengaan van hittestress.’