Het prijskaartje van natuurpositief bouwen
Van een beproefd woningconcept zijn de kosten voorspelbaar. Maar een nieuw en duurzaam concept heeft zich nog niet bewezen. Welke financiële hordes moeten er genomen worden om de transitie te maken naar natuurpositief bouwen? ‘Meer van hetzelfde geeft geen betere opbrengstprijs.’
Als directeur van Techniplan weet Dick van der Kooij hoe de hazen lopen. ‘Ons bouwmodel is ingericht op een bepaalde manier van woningen fabriceren,’ zegt hij. ‘Een nieuwe of andere methode is eigenlijk altijd duurder, omdat die nog niet is opgeschaald tot massaproductie. Een projectontwikkelaar stelt zichzelf de vraag ‘wat kost mij iets en wat levert mij iets op?’ Vanuit die visie en de realiteit van de markt is er soms maar beperkte ruimte voor innovatie en veranderingen.’
De juiste partijen aan tafel
Dus wordt er óf gebouwd met te weinig duurzame ambities óf sneuvelen die ambities. Is dat te kort door de bocht? ‘Dat afbreukrisico is er wel degelijk,’ erkent Dick. ‘Maar dan moet je je afvragen: waarom sneuvelen die ambities? Is dat een economisch mechanisme of is er iets anders aan de hand? Want als je gelooft in een duurzaam concept, de opbrengst omhooggaat en je de juiste doelgroep aanspreekt, dan kan het uit.’
Volgens Dick is er naast financiële vraagstukken ook een mentaliteitsprobleem. ‘Het ligt ook aan het team dat je aan boord hebt,’ zegt hij. ‘Geloven zij meer in economische principes, methodes, methodieken en gebaande wegen? Omdat dat nou eenmaal makkelijker is? Met de juiste partijen aan tafel zet je een stip op de horizon en houd je vast aan een concept. Als Techniplan zijn wij een van die partijen: wij staan voor natuurpositief bouwen, waarmee we iets willen bijdragen aan de natuur en omgeving.’
Goed voorbeeld doet volgen
In de praktijk is dat het creëren van een aantrekkelijk woonconcept waar een doelgroep een meerprijs voor wil betalen. Dan zit je qua financiële balans goed, al hoeft natuurpositief bouwen niet eens per se duurder te zijn dan ‘gewoon’ bouwen. ‘We ontwikkelden onlangs een concept met een groene gevel, samen met een architectenbureau en bouwkostendeskundigen,’ geeft Dick als voorbeeld. ‘Een muur met klimplanten en een groen dak zonder dakpannen, waar de natuur zijn gang kan gaan en zichzelf onderhoudt. Er ligt een schat aan mogelijkheden om natuurlijke materialen vaker te gebruiken op gevels en daken: het kost je minder onderhoud, materiaalgebruik en drukt je productiekosten.’
Voor Dick en zijn collega’s zit de uitdaging nu niet alleen in het ontwikkelen van natuurpositieve concepten, maar ook in het meekrijgen van de markt in deze ontwikkeling. Hij pakt die handschoen graag op. ‘De markt is ook niet van gisteren: die ziet dat meer van hetzelfde geen betere opbrengst geeft,’ zegt hij. ‘Ook ontwikkelaars moeten zichzelf opnieuw uitvinden. Ik zie dat ze niet alleen ontwikkelaar meer willen zijn, maar ook een bijdrage willen leveren aan een veranderende maatschappij. Daarin gaat het voor hen om het uitkiezen van de juiste projecten, zodat ze beleggers kunnen overtuigen om daarin te investeren. Goed voorbeeld doet volgen: dat zie je met houtbouw. Hoe vaker dat soort projecten gedaan worden, hoe goedkoper ze worden.’
Ook vanuit beleggers is een ontwikkeling te zien. ‘Zij willen meer kwaliteit voor elke euro die ze beleggen,’ ziet Dick. ‘Dus gaat de bezem door hun vastgoedportefeuille en is er meer interesse voor hoogwaardig vastgoed. Wij kunnen daarop anticiperen door mee te werken aan natuurpositieve woonconcepten met schoon water, natuur en een veilige woonomgeving. Maar ook door bestaande bouw te verbeteren met natuurpositieve aanpassingen: meer groen, een goede waterkringloop, betere energieprestatie, lagere uitstoot en minder onderhoud. Zo krijg je ook een beter beleggingsproduct.’
Een stevige basis leggen
Dick pleit voor het verbreden van de financiële businesscase. ‘Die is nu vaak nog te smal,’ vindt hij. ‘Met alleen de directe projectkosten en -baten. Ik vind dat je aan de voorkant alle bijkomende voordelen inzichtelijk moet maken, met kansen zoals subsidies, lagere levensduurkosten en maatschappelijke voordelen. Die zijn misschien niet direct relevant voor vastgoedontwikkeling, maar dragen wel bij aan sympathie vanuit overheden en financiers. Verbreed je die financiële businesscase, dan leg je een stevige basis voor een concept dat natuurpositief uitpakt. Wij proberen dat te doen door techniek, financiën en organisatie integraal te benaderen. Dan kunnen wij bijdragen aan wat natuurpositief vastgoed gaat opleveren voor toekomstige generaties en de maatschappij.’
Meer weten over onze natuurpositieve visie? Hier lees je er meer over.