Waarom we duurzaamheids-eisen niet los moeten knippen

BENG, BREAAM, MPG: het regent keurmerken en rekenmethodes in de bouw. Allemaal met de intentie om duurzamer te bouwen, maar soms zitten deze maatregelen elkaar in de weg. Wat is er binnen het domein energie nodig om natuurpositief te bouwen?

Wat wij verstaan onder natuurpositief bouwen: ontwerpen moeten niet alleen energiezuinig zijn, maar ook bijdragen aan schonere lucht, betere waterkwaliteit, meer biodiversiteit en een toekomstbestendige leefomgeving. Daar zijn we nog lang niet, maar Nienke Smit ziet wel dat er beweging in de zaak zit als het gaat om duurzamer bouwen.

Als duurzaamheidsspecialist bij Techniplan merkt ze dat opdrachtgevers koersen op energiezuinige of zelfs energieneutrale projecten. ‘Zeker in nieuwbouwprojecten, waar de installatie van warmtepompen en zonnepanelen steeds meer de standaard worden,’ zegt ze. ‘Een goed energielabel is financieel aantrekkelijk, dus worden er duurzamere keuzes gemaakt door opdrachtgevers. Voor natuurpositief bouwen zijn er alleen nog wel een aantal stappen nodig.’

 

Clash tussen eisen

Een van die stappen is een meer integrale manier van rekenen. Zo worden BENG- en MPG-berekeningen meestal los van elkaar gemaakt, terwijl ze veel invloed op elkaar hebben. ‘Dat kan clashen,’ zegt Nienke, ‘Wat goed is voor de BENG, kan voor de MPG ongunstig zijn. Dat zien we vaak bij de keuze voor zonnepanelen. Energiezuinig, maar op materiaalniveau minder duurzaam.’

Een meer integrale visie is nodig. Nienke en collega’s pasten een nieuwe manier van werken alvast toe in een grote gebiedsontwikkeling in de gemeente Utrecht. Daar wordt de wijk Merwede getransformeerd in een nieuwe, groene woonwijk. ‘Er worden verschillende blokken gebouwd en wij zijn op meerdere manieren betrokken,’ vertelt Nienke. ‘Zo hebben we in een vroeg stadium meegedacht over de energieopwekking van de wijk. Nu zijn we als installatie- en duurzaamheidsadviseur bezig met een aantal blokken.’

De ontwikkelaars en de gemeente hebben aanvullende duurzaamheidsafspraken gemaakt voor dit project, met hogere BENG- & MPG-ambities en de GPR-score (Gemeentelijke Praktijkrichtlijn) daarbij gemaakt. Met de CO2-tool werden de lijntjes tussen deze eisen gelegd. ‘Deze rekentool is ontwikkeld door Merwede LAB, een gezamenlijk innovatieplatform van de ontwikkelaars en de gemeente Utrecht dat innovatie stimuleert en kennis deelt. Met deze tool zet je BENG- en MPG-ambities om in één streefwaarde om de uitstoot van CO2 te meten.’

‘Blok 8 in de Merwedekanaalzone onderscheidt zich omdat duurzaamheid niet als eindcontrole, maar als ontwerpinstrument is ingezet. CO2-uitstoot wordt in de praktijk vaak beschouwd als een resultaat van gemaakte keuzes. Wij zien het als een gidsinstrument om keuzes te maken. AM en Synchroon hebben samen met het ontwerpteam actief gestuurd op de CO2-impact van materialen, constructie en installaties. Dit komt voort uit ons interne duurzaamheidsbeleid en maakt duurzaamheid een integraal onderdeel van het ontwikkelproces.’

– Margriet Huisman, projectontwikkelaar Synchroon

Materiaalgebruik als vergeten kindje

Dat biedt veel voordelen, ziet Nienke. ‘De BENG-ambitie in dit project was erg hoog, maar de MPG-ambitie een stuk soepeler. Dan zit je krap aan één kant en heb je ruimte in een andere berekening. In de rekenmethode van de CO2-tool neem je de BENG-waarde, MPG-score en CO2-emissie van het materiaalgebruik mee. Daar komt één waarde in kilogram CO2 per vierkante meter bruto vloeroppervlak per jaar uit. Op deze manier kijk je integraal naar de uitdaging om die CO2 -uitstoot te verlagen. Het wordt zo veel inzichtelijker wat een maatregel doet en hoe energie en materiaalgebruik zich tot elkaar verhouden. Je ziet direct de impact van een maatregel.’

Dat leidt nog niet direct tot een lagere uitstoot. ‘Dat blijft liggen aan de ambities van een opdrachtgever,’ zegt Nienke. ‘Maar ik geloof wel dat aandacht voor materialengebruik die uitstoot op termijn kan verlagen. Sturen op een laag energieverbruik doen we al lang, maar milieuprestaties en materiaalgebruik zijn soms nog een vergeten kindje. Door dit integraal te beoordelen krijgt alles meer belang. Daar bewegen we ook echt naartoe, want vanaf 2030 geldt de officiële meetmethodiek WLC-GWP (Whole Life Cycle Global Warming Potential) die dit soort berekeningen integraal benadert.’

 

Tonen waar het ambitieuzer kan

Dat moet ook wel, want de ambities van Nienke en haar team reiken verder: alleen nog maar natuurpositief bouwen. Wat is daarvoor nodig binnen het domein van energie en materiaalgebruik? ‘In de eerste plaats regelgeving,’ vindt Nienke. ‘Energie-eisen zijn al een aantal jaar hetzelfde. Die eisen hebben een grote impact, dus daar valt veel te winnen. Verder blijft innovatie nodig. Als ik kijk naar de definitie van natuurpositief en als je dan als gebouw zelf energie wilt opwekken, moet je iets met batterijen of energieopslag doen. Deze technieken zijn volop in ontwikkeling en kunnen hopelijk binnen een paar jaar op grote schaal worden toegepast.’

In de tussentijd ziet Nienke het als haar taak om opdrachtgevers te blijven bewegen. ‘Zij weten soms niet wat een duurzamere keuze voor hen kan betekenen. Ik zie nu projecten waarbij opdrachtgevers achteraf denken: ‘we willen toch een hoger energielabel of bepaald duurzaamheidscertificaat.’ Omdat dat nodig is om het gebouw aan een belegger te verkopen. Daar ligt een kans voor ons. In een adviestraject kunnen we laten zien hoe je aan de eisen voldoet, maar ook hoe je ambitieuzer kunt mikken.’

 

Meer weten over ons werk in de Merwedekanaalzone? Lees er hier meer over: https://www.techniplan.nl/projecten/merwedekanaalzone/.

Dank aan de partners met wie we in dit project fijn samenwerken: AM, Synchroon, KCAP, MONK Architecten en Studio Nauta.